Meer aandacht voor molens in Limburg

De Provincie Limburg gaat inventariseren welke restauratiewensen er nog zijn in het Limburgse molenland en er komt vanaf 2016 meer geld voor restauraties, nevenbestemmingen en onderhoud. Daarnaast wil men proberen om de papierwinkel die een moleneigenaar moet invullen en aanleveren om voor subsidie in aanmerking te komen, in te dammen. Deze omvangrijke papierwinkel maakt juist dat vooral veel particuliere moleneigenaren afhaken en geen verzoek om subsidie indienen.

Bezoek van molenstichting en molenaars uit Voorst aan het Weerterland

Bezoek van molenstichting en molenaars uit Voorst aan het Weerterland

Limburg telt meer dan 110 molens, waarvan ruim de helft watermolens. Er zijn 38 complete windmolens en nog een groot aantal molenrestanten en verdwenen windmolens. De collectie windmolens in Limburg is gedifferentieerd. Van standaardmolen tot torenmolen. Al deze molens zijn vaak zeer herkenbare bakens in het landschap en bepalend voor hun omgeving.

Monumentenwacht Limburg monitort de staat van de monumenten in Limburg. Op basis van de steekproeven in 2013/2014/2015 concluderen GS van Limburg dat van bijna 90 % van de molens het casco in goede staat is, maar de staat van onderhoud bij het merendeel van de molens gebreken vertoont .

Molens zijn onderhoudsgevoelig en vergen veel zorg en specifieke aandacht. Achterstallig onderhoud kan snel leiden tot een omvangrijk restauratie behoefte. Voor de instandhouding is het wenselijk dat molens operationeel zijn (“dat ze kunnen draaien”). Hier staan tal van eigenaren en vrijwilligers voor aan de lat. De mogelijkheid om met molens inkomsten te genereren zijn beperkt.  GS stellen daarom voor de Monulisa-regeling* uit te breiden zodat die ook voor het onderhoud van molens kan worden ingezet.

De Monulisa-regeling is feitelijk een aanvulling op de rijkssubsidie voor de instandhouding van monumenten (BRIM). De regeling bestaat al meerdere jaren en werd in het leven geroepen omdat eigenaren aangaven de BRIM-subsidie onvoldoende te vinden. In 2012 is besloten deze regeling alleen nog voor kerken te laten gelden. 

Het jaar 2016 is door de Provincie Limburg uitgeroepen tot Jaar van de Molens.

 

Zorgen over onderhoud Limburgse molens

Limburgse molens zijn vaak particulier eigendom

Limburgse molens zijn vaak particulier eigendom

Uit de verschillende studies en onderzoeken die vereniging De Hollandsche Molen voor het project Molentoekomst heeft uitgevoerd, blijkt dat de participatiegraad voor de BRIM (Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten)voor het molenonderhoud in Limburg met 55 % het laagste van heel Nederland is.

De BRIM is de subsidieregeling voor het kleine regelmatige onderhoud van de wind- en watermolens tot een bedrag van ca 80.000 euro binnen een tijdsbestek van zes jaar. De BRIM regeling heeft tot doel monumenten, waaronder de molens, zodanig regelmatig te onderhouden dat daardoor complexe en extra dure restauraties voorkomen worden. Voorkomen is beter dan genezen, is eigenlijk de doelstelling van de BRIM regeling.

Wat is de oorzaak van dit (relatief) geringe beroep van Limburgse moleneigenaren op de BRIM? Voor veel vooral particuliere eigenaren van een wind- of watermolen in Limburg, meestal molenbezitters met maar één molen, is het aanvragen van een BRIM regeling veel te ingewikkeld en tijdrovend. Om BRIM aan te kunnen vragen is het (laten) opstellen van een PIP (Periodiek Instandhouding Programma) een vereiste. Een PIP is een dik boekwerk waarin beschreven wordt welke onderhoudswerkzaamheden aan de molen voor de komende zes jaar voorzien zijn. En dat tot op bijna detailniveau. Dat is voor de moleneigenaren veel te ingewikkeld.

En er is in Limburg geen provinciale organisatie of molenconsulent, zoals in andere provincies, waar ze met hun vragen om advies of ondersteuning kunnen aankloppen.
In Limburg laten dus veel particuliere moleneigenaren die maar één molen in eigendom hebben, daardoor subsidiegelden schieten. Hier wreekt zich dat er in Limburg geen sterke provincie brede molenstructuur bestaat. 

Gevolg? Het noodzakelijke onderhoud van de molens gebeurt simpelweg niet of slechts minimaal. Waardoor de onderhoudstoestand van de molens verslechterd. Of de moleneigenaren betalen dit onderhoud uit eigen portemonnee terwijl ze toch recht hebben op, in ieder geval, 50 procent van de kosten tot een maximum van 30.000 euro in zes jaar.