Molen Sint Jan Stramproy

* Sint Jansmolen aan de Molenweg in Stramproy

Technische gegevens

  • Vlucht: 24.70 meter
  • Wieksysteem: oudhollands
  • As: gietijzer
  • Vang: vlaams
  • Een koppel 17der stenen

Vastleggen in volledig scherm 10-11-2014 134552.bmp

Adres:

Molenweg 16, 6039 RH Stramproy

Vastleggen in volledig scherm 10-3-2016 140220.bmp

Vaste dagen van openstelling van de molen:

  • Iedere 2e zaterdag van de maand ‘s morgens vanaf 09.30 uur

Buiten deze vaste dagen dat de molen geopend is, draait en maalt de molen in Stramproy ook op andere dagen en is dan altijd te bezoeken.

Kijk verder op in onze molenagenda en volg ons via Twitter @openmolensweert . 

Biotoopinventarisatie 2011:

Molenbiotoop Sint Jan Stramproy

Molenaars:

vrijwilligers Sint Jan-001

Ligging

Komend uit de richting van Haler en Hunsel over de Molenweg is de houten gesloten Sint Jans standerdmolen al van ver uitstekend te zien. De molen, met een
geschiedenis van honderden jaren, geldt als een van de markantste molens in het
Weerterland. Om de molen op de wind te zetten, kruien in vaktaal, moet de molenaar het complete molenhuis dat op een zware houten verticale as steunt, kruien.

Sint Jan vanaf grote hoogte

Sint Jan vanaf grote hoogte

Geschiedenis

De eerste schriftelijke verwijzingen naar een voorganger van de huidige molen dateren al uit de 16e eeuw. Op 31 augustus 1571 gaven de abdis en het Stift van Thorn hun ‘wintmoolen tot Stramproie’ in erfpacht aan Cornelis Souts. In 1804 werd deze molen op
de huidige plaats aan de rand van het dorp herbouwd. Mogelijk stond de molen
eerder te ver van het dorp waardoor de molen te weinig klandizie trok.

Tussen 1804 en 1898 was de molen eigendom van de familie Veltmans. De erven Veltmans verkochten de molen in 1898 aan de brouwersfamilie Maes uit Stramproy. In 1901 trad Hubert van de Winkel als molenaar in dienst van de familie Maes. In 1918,
na het overlijden van Hubert, kwam zijn jongere broer Lei op de molen. Hij zou
tot zijn 80e  verjaardag op de molen blijven malen en bleef tot zijn dood op 85-jarige leeftijd, bij zijn Sint Jansmolen betrokken. Het beeld naast de molen herinnert aan Lei de Mulder.

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw bestond even de vrees dat de molen onder de slopershamer zou verdwijnen. De Boerenbond wilde de molen van de familie Maes kopen. Na pensionering van Lei de Mulder zou de molen dan gesloopt worden. Molenaar Lei verzette zich echter fel  tegen dit plan waardoor het niet doorging.

Uiteindelijk werd de Sint Jansmolen in 1960 verkocht aan Mies Vermeulen uit Weert. Die verkocht op zijn beurt de molen zes jaar later weer aan de gemeente Stramproy door.

Mede door de inzet van burgemeester Cees van Berckel volgde in 1968 een grote restauratie. Als vrijwillige molenaar nam Math Beeren de plaats van Lei de Mulder in. In 2008 en 2009 onderging de molen opnieuw een restauratie waarbij een nieuwe buitentrap en binnenroede werden geplaatst. Ook de bekleding van het dak met eiken schaliën werd daarbij vervangen.

Vastleggen in volledig scherm 12-11-2014 081358.bmp

Nu zorgen de vrijwillige molenaars van Molenstichting Weerterland ervoor dat de Sint Jansmolen regelmatig draait en maalt.

PICT0198 (1224 x 1632)  IMG-20110917-00218  IMG_6571 kopie Vastleggen in volledig scherm 24-9-2015 172242.bmp

Vastleggen in volledig scherm 24-9-2015 172237.bmp Vastleggen in volledig scherm 24-9-2015 172342.bmp

3 reacties op “Molen Sint Jan Stramproy

  1. Bij de geschiedenis van de Sint Jan lees ik o.a.
    ”De eerste schriftelijke verwijzingen naar een voorganger van de huidige molen dateren al uit de 16e eeuw.
    Nog steeds ben ik van mening dat de molen in 1804 niet herbouwd werd op de huidige plaats. (lees verplaatst werd naar…. zoals in bedoeld artikel gesuggereerd wordt) Hij staat daar al van vóór 1568. Natuurlijk niet in zijn huidige vorm want hij zal gedurende zijn bijna 450 jarig bestaat best wel een aantal keren gerestaureerd zijn. Als hier inderdaad bedoeld wordt dat de Sint Jan, zoals hij er nu staat, inderdaad een gerestaureerde opvolger is van de molen uit 1568 kan ik begrip hebben voor de term: een voorganger van…
    Verder lees ik:
    Op 31 augustus 1571 gaven de abdis en het Stift van Thorn hun ‘wintmoolen tot Stramproie’ in erfpacht aan Cornelis Souts. In 1804 werd deze molen op de huidige plaats aan de rand van het dorp herbouwd. Mogelijk stond de molen eerder te ver van het dorp waardoor de molen te weinig klandizie trok.”
    Documenten van de abdij van Thorn geven duidelijk aan dat er vóór 1571 een windmolen in Stramproy stond. Die werd, in 1571, verhuurd aan Cornelis Souts. In die documenten wordt de plaats van de molen duidelijk omschreven: gelegen vóór het dorp enz. Uit deze omschrijving van de omgeving van deze molen mag je vaststellen dat deze eerste windmolen van Thorn gebouwd werd op de plek waar nu de Sint Jan staat.
    Ook de Ferrariskaart (gemaakt tussen 1771/1778) toont duidelijk aan dat er op de plaats van de huidige molen toen reeds een molen stond. In 1804 werd de molen dus niet op de huidige plaats herbouwd want hij stond er al vóór 1568. Hoogstens werd hij in 1804 grondig gerestaureerd maar daar is, bij mij, geen duidelijkheid over. De mogelijke reden van deze herbouw die U aangeeft als: de molen stond mogelijk te ver van het dorp vind ik ongeloofwaardig. In die tijd stonden of lagen vele molens buiten een dorp en de klanten maalden er toen echt niet om, om een grote afstand naar de molen te moeten afleggen. Toen de standerdmolen er nog niet was moesten de bewoners van Stramproy nog grotere afstanden afleggen om hun granen te laten malen.
    In 1723 gaf Thorn toestemming om een tweede windmolen in Stramproy te mogen bouwen. Die molen was in 1787 al weer afgebroken zo als blijkt uit de opmerking in de deelakte die Veltmans en Engels in dat jaar overeenkwamen. Daar staat : 5.to de plancken van de gedestineerde (opmerking mijnerzijds: gedestineerde = gesloopte) standaert sullen onder malkander gedeelt worden.
    Drs. G.C.M. Egelie schrijft in molens in het Weerterland : ”In 1804 werd de Hushovermolen voltooid, aan de Maaspoort werd die molen in elkaar gezet uit van Stramproy afkomstig hout.” Met hout van de afgebroken tweede windmolen in Stramproy dus. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat drs Egelie het belangrijk vond de opmerking ”uit van Stramproy afkomstig hout” te maken als er in Stramproy alleen maar bomen gerooid zouden zijn om daaruit de diverse balken voor de molen in Weert te maken. Hij bedoelde wel degelijk dat er kant en klare balken e.d. uit Stramproy naar Weert gingen om daar een standerdmolen van te bouwen.
    Verder lees ik:
    ”Tussen 1804 en 1898 was de molen eigendom van de familie Veltmans. De erven Veltmans verkochten de molen in 1898 aan de brouwersfamilie Maes uit Stramproy.
    Hierbij wil ik opmerken:
    Tussen 1804 en 1898 verdween de molen, door vererving, uit handen van de familie Veltmans, bij wie hij vele eeuwen lang in bezit is geweest. De ene helft kwam in handen van de kinderen Teeuwen, de andere helft in die van Jacobus Van de Winkel. Deze families verkochten de molen in 1898 aan de brouwersfamilie Maes.
    Het verhaal vervolgt met:
    In 1901 trad Hubert van de Winkel als molenaar in dienst van de familie Maes. In 1918, na het overlijden van Hubert, kwam zijn jongere broer Lei op de molen. Hij zou tot zijn 80e verjaardag op de molen blijven malen en bleef tot zijn dood op 85-jarige leeftijd, bij zijn Sint Jansmolen betrokken. Het beeld naast de molen herinnert aan Lei de Mulder.”
    1. Hubert Van de Winkel vertrok in 1901 uit Stramproy om als molenaar te gaan werken op de standerdmolen van P. Raedemakers in Weert. In 1904 kwam hij als molenaar op de Sint Jan in Stramproy.
    2. Lei Van de Winkel kwam in 1908 als hulp bij zijn broer Hubert op de molen. Zijn molenaarsleven werd gedurende 46 maanden onderbroken omdat Lei vanwege Wereld Oorlog I zijn dienstplicht moest vervullen. Toen zijn broer Hubert, in 1918, overleed mocht hij de dienst verlaten om molenaar op de Sint Jan te worden. Tot zijn 70e bleef hij de molen professioneel bemalen. Daarna zorgde hij, tot op 85-jarige leeftijd, voor de op non actief gestelde molen. Tot op die leeftijd verzorgde hij ook, als eerste in Limburg, de praktijkopleiding voor vrijwillige molenaars

  2. Ik heb in het blad Filatelie in november 2015 gelezen over een molenverzameling van Jacques van de Winkel’
    Omdat ik bezig ben met zo’n kavel opzet zou ik graag een voorbeeld willen zien wat de mogelijkheden zijn.
    Bijvoorbaat mijn dank.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *