2016 JAAR VAN DE LIMBURGSE MOLENS; CONGRES EYNDERHOOF

Interieur Sint Anna Keent

LIMBURG – Limburg telde in de 19e eeuw nog honderden molens om graan te malen, olie te slaan, papier te maken of hout te zagen. Daarvan zijn er nu nog 88 over. Die krijgen dit jaar speciale aandacht want er zijn zorgen. De Provincie en Molenstichting Limburg gaan in 2016 bedreigingen, knelpunten en behoeften inventariseren. Om dit vorm te geven is 2016 uitgeroepen tot het ‘Jaar van de Limburgse molens’. Het startsein daartoe werd afgelopen vrijdag gegeven bij de Meterikse windmolen ‘Eendracht maakt macht’ door gedeputeerde Patrick van der Broeck en voorzitter Kees van Rooy van de Molenstichting Limburg.

“Er zijn zeker zorgen”, zegt deputé Van der Broeck. “Van de andere kant vind ik ook dat de mogelijkheden niet overal ten volle worden benut. Daarom moeten keuzes worden gemaakt. De toekomst van de molen moet vooral naar buiten toe gericht zijn; molens moeten meer verbindingen maken met hun omgeving.”

De Limburgse molens zijn niet alleen van grote landschappelijke waarde, maar ze trekken jaarlijks ook veel toeristen. De molens zijn veelal eigendom van gemeenten, stichtingen en particulieren en worden veelal belangeloos gerund door honderden vrijwilligers. Toch kosten de molens jaarlijks veel geld. Het zijn praktisch allemaal monumenten waarvan restauratie en onderhoud alleen maar door specialisten kan worden uitgevoerd. Inspecteurs van de Monumentenwacht zien daar op toe.

Toch zijn er zorgen. Die hebben onder meer te maken met de omgeving van de molens. Door oprukkende bebouwing en aanplant van bomen is de windvang van een aantal windmolens niet optimaal. Watermolens kampen soms met waterpeilen, die een goed gebruik van de beschikbare waterkracht in de weg staat. Daarnaast is het aanvragen van financiële steun niet altijd even makkelijk, waardoor soms noodzakelijk onderhoud achterwege blijft. Ook het aantrekken, faciliteren en opleiden van molenaars en vrijwilligers blijft een punt van aandacht.

Een molen is immers een van de eerste werktuigen van de mens om moeizaam handwerk makkelijker te maken. Het bedienen van de molens vereist dan ook een opleiding, die vroeger vaak van vader op zoon werd doorgegeven maar tegenwoordig door Gilde van Vrijwillige Molenaars wordt verzorgd in Roermond. Het ambacht van molenaars is zo bijzonder dat Unesco het vorig jaar heeft geplaats op de internationale lijst van immaterieel erfgoed. Limburg telt circa 120 molenaars.

Op 21 maart vindt in openluchtmuseum Eynderhoof te Nederweert-Eind een molencongres plaats. Alle betrokken molenaars, vrijwilligers, overheden en instanties als de waterschappen, natuurorganisaties, IKL, Gilde, LLTB en de Universiteit Maastricht komen dan bij elkaar om samen een plan de campagne te maken. Leidraad daarbij is het leggen van verbindingen tussen molens met natuur, landschap, leisure, economie en burgerparticipatie. Dat moet leiden tot een breed gedragen uitvoeringsprogramma waarin de toekomst van het molenerfgoed wordt geborgd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *