Zorgen over onderhoud Limburgse molens

Limburgse molens zijn vaak particulier eigendom

Limburgse molens zijn vaak particulier eigendom

Uit de verschillende studies en onderzoeken die vereniging De Hollandsche Molen voor het project Molentoekomst heeft uitgevoerd, blijkt dat de participatiegraad voor de BRIM (Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten)voor het molenonderhoud in Limburg met 55 % het laagste van heel Nederland is.

De BRIM is de subsidieregeling voor het kleine regelmatige onderhoud van de wind- en watermolens tot een bedrag van ca 80.000 euro binnen een tijdsbestek van zes jaar. De BRIM regeling heeft tot doel monumenten, waaronder de molens, zodanig regelmatig te onderhouden dat daardoor complexe en extra dure restauraties voorkomen worden. Voorkomen is beter dan genezen, is eigenlijk de doelstelling van de BRIM regeling.

Wat is de oorzaak van dit (relatief) geringe beroep van Limburgse moleneigenaren op de BRIM? Voor veel vooral particuliere eigenaren van een wind- of watermolen in Limburg, meestal molenbezitters met maar één molen, is het aanvragen van een BRIM regeling veel te ingewikkeld en tijdrovend. Om BRIM aan te kunnen vragen is het (laten) opstellen van een PIP (Periodiek Instandhouding Programma) een vereiste. Een PIP is een dik boekwerk waarin beschreven wordt welke onderhoudswerkzaamheden aan de molen voor de komende zes jaar voorzien zijn. En dat tot op bijna detailniveau. Dat is voor de moleneigenaren veel te ingewikkeld.

En er is in Limburg geen provinciale organisatie of molenconsulent, zoals in andere provincies, waar ze met hun vragen om advies of ondersteuning kunnen aankloppen.
In Limburg laten dus veel particuliere moleneigenaren die maar één molen in eigendom hebben, daardoor subsidiegelden schieten. Hier wreekt zich dat er in Limburg geen sterke provincie brede molenstructuur bestaat. 

Gevolg? Het noodzakelijke onderhoud van de molens gebeurt simpelweg niet of slechts minimaal. Waardoor de onderhoudstoestand van de molens verslechterd. Of de moleneigenaren betalen dit onderhoud uit eigen portemonnee terwijl ze toch recht hebben op, in ieder geval, 50 procent van de kosten tot een maximum van 30.000 euro in zes jaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *